2012-03-29 header 2 wijnglazen.png
Vind een partner bij wie je jezelf blijft

Verslag Thema-Opstellingen

thema opstellingen

We hadden een prachtige zonnige dag uitgekozen voor de workshop “Een nieuw begin”. Dat was het enige minpuntje dat ik kon vinden aan deze activiteit.

Het feit dat we met een kleine groep waren bleek al snel binding en een gevoel van veiligheid in de groep te geven. Het was fijn om maar met z’n zessen te zijn.

Met thee en cake werden we vanaf 13.30 uur welkom geheten door Luce Olminkhof in haar praktijkruimte in Groningen. Voordat we met opstellingen aan de slag gingen, deden we een ontspanningsoefening die bij mij geweldig aansloeg;  ik viel even in slaap.

De eerste vraag ging over ambivalentie; de deelneemster (A) wilde een relatie en zag evenveel redenen om geen relatie aan te gaan. Naar aanleiding van dit thema koos zij  iemand voor zichzelf “A”, en voor haar innerlijke delen “wel relatie” en “geen relatie”. De gekozen representanten kregen de voor A juiste plek in de ruimte en ze vertelde hen welke rol ze innamen. A voelde zich stevig, stoer, jongensachtig. “Wel relatie” voelde zich verdrietig en  “geen relatie” had een gesloten houding met de armen over elkaar.
A had moeite met de verdrietige “wel relatie” en A omarmde “wel relatie” en zette “geen relatie” buiten de ruimte. “Wel relatie” klaarde op, evenals A. Nadat de keuze gemaakt was, ontstond rust in de opstelling.

Ook rond het proces van de opstelling speelde zich iets af. Een deelnemer werd níet ingezet, hetgeen A lastig vond. Deze toekijkende deelnemer vond het juist zinvol en prettig om te zien wat er gebeurde.  Ze vertelde dat dit haar ook inzichten gaf.

De tweede vraag betrof een deelneemster die in de aandacht staan moeilijk vond als het om háár gaat. Haar stelling was: “Ik wil gezien worden door mijn nieuwe relatie”. Iemand werd gekozen voor “B”, voor “nieuwe relatie” en voor “belemmering”.
B werd opgesteld met haar rug tegen een donkere kast aan. De kast voelde aan als iets in het verleden. “Nieuwe relatie” werd in het midden van de ruimte opgesteld en voelde zich groot en koud. “Belemmering” stond bij B in de buurt en voelde zich een klier, wat pesterig en leek daar veel plezier in te hebben. We zagen dat “belemmering” niet tussen B en “nieuwe relatie” in stond. B had weliswaar een band met “belemmering”, toch voelde ze dat ze “belemmering” moest loslaten en ze stuurde deze de kamer uit. Nu kon B een stapje van de kast vandaan zetten richting “nieuwe relatie”. “Nieuwe relatie” kreeg het minder koud en B maakte makkelijker contact met “nieuwe relatie”. Ze stonden naast elkaar en “nieuwe relatie” sloeg een arm om B.  Het contact ervaarde B als gelijkwaardig, zo vertelde ze.

Tussen de eerste en de tweede vraag werd even gepauzeerd om alle indrukken een plekje te geven. Buiten konden we de benen strekken, thee drinken en bijkomen.

Het kostte wat tijd de representatie van het derde vraagstuk op te stellen. De deelneemster (C) voelde zich buitengesloten door familie en had afwijzingen meegemaakt. Haar stelling werd: “ Ik wil me over een jaar me opgelucht voelen”. Twee keer werd C nu opgesteld; zichzelf nu (C1) en zichzelf over een jaar (C2). Zowel C1 als C2 voelden zich geaard; hun voeten voelden alsof ze vast zaten aan de grond. Daarnaast voelde C1 zich verstijfd, gespannen en tegelijk ook veilig. Het voelde of ze geen kant op kon, zó vast stond ze. Ook haar armen leken in dezelfde houding te blijven. C2 voelde alleen haar voeten verbonden met de aarde terwijl de rest van lichaam los aanvoelde als een boom die waait in de wind. Ze wilde niet meer terug naar A en stond daar wel goed. “Ballast” (de familie) werd ook opgesteld. “Ballast” stond wat aan de zijkant halverwege C1 en C2 in en het leek wel deze geen echte rol speelde in de opstelling. C1 ervaarde dat ze geen last van “Ballast” had en vond het vreemd dat ze geen stap kon zetten. Kennelijk zat ze zichzelf in de weg. C1 zette voorzichtig een eerste stapje richting C2 en zei dat de vrije bewegingen van C2 haar aantrokken. C1 kreeg een grote lach op haar gezicht bij de toenadering en C2 liet toe dat C1 met grotere passen dichterbij kwam. C1 nam de plek van C2 in en voelde daarop opluchting.

De vierde vragenstelster (D) had ervaring met een man die ze als weinig krachtig ervaarde. Haar stelling werd: “Ik wil graag een gelijkwaardige relatie”.  Aan de hand hiervan werden 4 personen opgesteld, namelijk D1 (zichzelf nu) en zichzelf over een jaar (D2). Daarnaast een “foute man” ; namelijk te lief en te saai voor de deelneemster en een “juiste man” met mogelijk leuke initiatieven etc. D1 had het gevoel dat ze geen keuze kon maken. D2 stond midden in de ruimte. De “juiste man” werd ergens in een hoek opgesteld en het leek of deze nauwelijks een rol speelde in de hele opstelling. De “foute man” werd vlakbij D1 opgesteld. D1 draaide zich om naar de “juiste man” en toen liet “foute man” weten dat niet fijn te vinden en vertelde D1 dat zij moest kiezen. Nu “foute man” zijn kracht liet zien werd hij interessant voor D1 en zij zag nu ook zijn kwaliteiten. D1 liep samen met “foute man” richting D2. D2 zei dat het vreemd was dat “juiste man” niet in beeld kwam. D1 vond “foute man” echter juist prettig en vertrouwd en besloot dat ze geen tijd had voor “juiste man”.

Inmiddels was het al 17.45 uur geworden en dus was de workshop flink uitgelopen met instemming van alle deelnemers. Vol met nieuwe inzichten namen we allen met een knuffel afscheid van elkaar. Dank je wel Luce voor de professionele begeleiding bij de thema-opstellingen!

Wil je zelf thema-opstellingen meemaken? Je hiervoor aanmelden kan nu al via de website.

Jouw reactie

Na het verzenden van je reactie komt deze pas op de website te staan na goedkeuring (om spam te voorkomen).

Vul hier het ontbrekende getal in en verzend daarna je reactie.